De kleine handicaps die wel allemaal wel eens hebben: moe, hoofdpijn, gespannen schouders. De ongemakjes die er voor zorgen dat we niet zoveel kunnen doen als we eigenlijk zouden willen. Je hebt ontspanning nodig maar je hoofd wil meer dan je lijf aan kan.

Uiteindelijk weet je het wel: je lijf is niet het probleem. Je lijf heeft tijd en zorg nodig. Je kan even wat minder doen dan je eigenlijk zou willen. Ah, zou willen

We verlangen continu naar van alles en nog wat. Als ik meer tijd heb dan… Als ik meer geld heb dan… Als ik geen hoofdpijn heb dan… Als ik deze spullen heb dan… Als ik in een hutje op de hei woon dan… enzovoorts. We zijn bezig met het creëren van een ideaal beeld waar we ons het allerbeste door zouden voelen.

Wist je dat verlangen een vorm van pijn is? Je wilt iets wat je niet hebt dus dat confronteert en doet zeer. Je wilt dingen doen die je nu even niet kan doen en dat doet pijn. Het frustreert. Het maakt verdrietig. Boos.

Ok, dan ga ik minder verlangen… toch? Was dat maar zo makkelijk (zie ook Waarom luisteren naar jezelf zo moeilijk is). Ons hoofd gaat sneller dan onze wilskracht en heeft de verlangens al lang vorm gegeven voordat jij ze kan stoppen. Maar misschien kunnen we ze wel opmerken? Beseffen dat ze aanwezig zijn? Bewust zijn van het feit dat we verlangens hebben zonder daar verder iets mee te doen? En kunnen we het ook opmerken als we moe zijn, of hoofdpijn hebben, zonder daar verder iets mee te doen?

Misschien moet je er even voor gaan zitten. Met je ogen dicht. Of ga lekker liggen en laat al je moeheid, spanning en verlangens in een treintje aan je voorbij gaan.

Je hebt verlangens, maar je bent ze niet.